Weet je nog toen….HRC werd gered?

  -   Nieuws
HRC is een club met een rijke historie, Theo Heesen helpt ons dat herinneren.

Een stukje geschiedenis en de redding van HRC door Theo Heesen.

Sportgeschiedenis

De naam Rugby komt van het Engelse stadje Rugby, waar in 1823 een zekere William Webb Ellis het met de bal op een lopen zette over de veldhelft van de tegenstander. Het “Rugby Football” zoals het spel later heette, werd al spoedig op vele Engelse public schools en universiteiten gespeeld. 

De oorsprong van het spel ligt echter in Griekenland. De Romeinen namen het over en speelden in het door hen bezette West-Europa. Het spel dat ze speelden heette “harpastum”, een naam die is afgeleid van een Grieks werkwoord dat zoveel betekent als “pakken, grijpen.” Men speelde in twee ploegen, die ieder moesten proberen de bal over een doellijn heen te dragen. Als een speler gepakt dreigde te worden speelde hij de bal door naar iemand anders die niet belaagd werd. 

In 1920 wordt de Nederlandse Rugby Bond opgericht (die overigens in 1923 alweer ter ziele ging). In deze tijd kreeg de rugbysport een elitair tintje. De Haagse sportvereniging “Zephyr” verzocht in 1921 de NRB te worden “voorgehangen” als lid. In het antwoord dat Zephyr ontvangt staat dat “Alle leden van deze vereniging in het bezit moeten zijn van een einddiploma HBS of een daarmee gelijkwaardige inrichting, zoodat U over het gehalte der spelers geen zorg behoeft te hebben.”  Een memo van de NRB van 10 augustus 1921 maakt nog eens duidelijk waar de NRB voor staat. “Mijns inziens ligt het op onze weg, de meest mogelijke verbreiding aan het rugby te geven, en al loopen wij het gevaar, dezelfde kant op te gaan als het voetbal, de geschiedenis der rugby-sport in Engeland en andere landern kan ons op dit punt enigszins gerust stellen. Het voetbal schijnt op de duur toch grootere bekoring voor de sportbeoefenaar uit de minder gegoede kringen uit te oefenen.”

Wedergeboorte

Na de oorlog wordt rond HRC de stilte verbroken die in de oorlogsjaren is ingetreden.

Jan Buddingh zou bij de wedergeboorte van HRC een belangrijke rol gaan spelen. Budding, voorzitter van 1945 tot 1963. Erevoorzitter in 1963, wordt in 1945 commisaris in het bestuur, dat bestaat uit voorzitter Paul Béchet, R. Raken, 2e voorzitter, A. van Velzen, secretaris en M. Bartels, penningmeester.

Als enig lid wordt ingeschreven G.J. v.d. Arend, terwijl zich de dames J.J. Van Velzen-Demmers en T.J.H. Buddingh-Metman zich als donateur opgeven. Buddingh raapte bijeen wat er nog over was van de club en sleepte een trouw groepje leden de jaren vijftig door.  

Zoals bij vrijwel iedereen, kwam ook  Buddingh toevallig in aanraking met de rugbysport. “Ik had zo’n 5 á 6 jaar in de atletiek gezeten, deed mee aan de meeste onderdelen, zonder ergens in uit te blinken. Ik had nog nooit van rugby gehoord of gezien, maar toen ik ging kijken was ik gelijk verkocht.”

 Eind 1945 had HRC vier man: Aad van Velzen, MacLeod, en ik. Dik v.d. Arend gewoon lid. Als hij aanwezig was, hadden we een ledenvergadering, was hij er niet dan was het een bestuursvergadering. 

In de jaren vijftig twijfelde Buddingh of het wel zin had om HRC in leven te houden. Er was al eens gesproken met de Rotterdamse Rugby Club, die er ook niet florissant voorstond. Fuseren? Maar als de nood het hoogst is…. Buddingh: “We kwamen in contact  met de heer Van Leeuwen, die wilde wel het secretariaat doen en ook het penningmeesterschap. Op zijn manier ging hij orde op zaken stellen. En dat lukte o.a. door mee te doen aan de Toto, dat nogal wat geld in het laatje bracht.  Mede door de toto-inkomsten, de goodwill, werd een belangrijke steen bijgedragen tot de realisatie van een eigen clubhuis, dat door mijn gewaardeerde opvolger Jus van Doorn is bereikt”

Op de foto boven dit artikel prijkt de heer Jan Budding

Deel dit artikel:    
 
 
© 2021 Haagsche Rugby Club