The road to Spain (deel 1)

  -   Nieuws
Lees hoe het onze mannen in het buitenland vergaat (en hoe het zo is gekomen)

Vorige week heeft Mink het spits afgebeten, maar gelukkig hebben we flink wat HRC-ers in het buitenland en kunnen we onze reis ondanks alle beperkingen vrolijk voortzetten. Deze week vertrekken we met David Weersma voor het eerste deel van zijn road to Spain (en blijven we dus nog even in Nederland hangen, want zijn verhaal begint natuurlijk hier).

Het schijnt dat sommige mensen wel eens bij zichzelf denken: “Goh, wat is die Weersma eigenlijk weinig in Nederland“. Die mensen moeten gecomplimenteerd worden voor hun oplettendheid, want de afgelopen jaren is dat inderdaad het geval. Sinds mijn 16e speel ik mijn rugby voornamelijk in het buitenland. Zo heb ik inmiddels de Zuid-Afrikaanse, Franse en Spaanse kleedkamers met de Nederlandse kunnen vergelijken. Zo heb ook de schouders van een Zuid-Afrikaanse, Franse en Spaanse 3e rijer in mijn maag mogen voelen, Zuid-Afrikaanse, Franse en Spaanse biertjes mogen drinken in de derde helft en er was altijd wel een lokaal meisje dat zo lief was om mij een beetje van de taal te leren….

In deze tijd waarin er verder weinig Nederlands rugby nieuws uit de pers komt rollen, vertel ik jullie graag hoe dat zo is gekomen, te beginnen met mijn tijd op Nederlandse bodem, die (wat betreft rugby) serieuze vormen aan begon te nemen toen de Rugby Academy in leven werd geroepen en ik daar voor geselecteerd werd. Maar laat ik het maar meteen opbiechten: zoals bij de meeste Nederlandse mensen was mijn rugby niet mijn eerste sportkeuze. Ik wilde gaan voetballen, omdat mijn basisschool vriendjes dat ook deden. Mijn vader (u weet wel, de man van Betty) had daarentegen andere ideeën. De deal was dat ik eerst één jaar rugby zou proberen en als ik dat daarna niet leuk vond, mocht ik doen wat ik wilde. Zijn verkooppraatje daarbij was wervend. Een sport die volgens hem leuker was dan voetbal of hockey, want je kon elkaar écht tackelen. Een sport die het snelle combineerde met het sterke en dé sport die de 3e helft heeft geperfectioneerd. Daarbij had hij het ook nog over één specifieke positie, de prop. Deze bijna mythische wezens combineerde volgens hem de intelligentie van de grootste schaakmeesters met de elegantie van een Scandinavische kunstschaatser, bijeengebracht in een lichaam dat de piek van atletisch vermogen zou zijn. “Rome is niet in 1 dag gebouwd, maar met de hulp van props had dat misschien nog wel kunnen lukken.

Nou kwam ik er achteraf pas achter dat mijn vader zelf prop had gespeeld, maar zijn praatje had genoeg indruk gemaakt en zo ging ik inderdaad een jaar rugbyen bij HRC. Het bleek op mijn lijf geschreven. En drie keer raden welke positie ik ging spelen: jawel, prop! De jaren die volgden waren gevuld met bijzondere momenten zoals voor het eerste keer een try scoren, busreisjes naar uitwedstrijden en straftrainingen als iemand voor de zoveelste keer liep te kutten (“jullie zijn één team…“). Daar bovenop hadden we nog eens de officieuze Nederlandse Kampioenschappen in Oysterwyk, (waarvan het winnen voor ons gelijk stond aan het winnen van het WK Rugby). Mijn eerste trainers op de club waren Ian van der Werf en Jeroen van der Loos, gevolgd door Vincent van Beek. Later kwamen daar anderen bij zoals Rick van Dalen, Renee Verboom, Arent Nederlof en de enige echte Barro Kessler. Stuk voor stuk mensen die me beetje bij beetje gebracht hebben waar ik nu sta en die ik – net als HRC – dankbaar ben.

Vóór rugby was er eigenlijk nooit iets geweest waar ik echt goed in was en zoveel plezier in had. Ik hobbelde meestal een beetje mee en was dan prima (niet goed maar ook niet slecht). Voor mij was het dus een bizarre ervaring om opeens bekers te winnen, of als een van de eerste gekozen te worden in teams en om het idee te hebben dat je echt iets had om bij te dragen. Ik was natuurlijk maar 10 jaar oud, maar het was een prettig gevoel, waar ik veel zelfvertrouwen uit putte.

Toen kwam het moment dat ik in 2008 een middelbare school moest gaan uitzoeken. Ook nu was ik eigenlijk van plan om gewoon met de stroming mee te gaan en met mijn vrienden mee te gaan naar een dichtbijzijnde school (10 min fietsen). De toen net startende Rugby Academy op het Segbroek College (35 min fietsen), was redelijk het tegenovergestelde. Maar toen ik me afvroeg of ik rugby alleen leuk vond als een hobby, of dat ik het zó leuk vond dat ik er 14 uur per week voor zou willen gaan trainen op een vrijwel onbekende school, koos ik voor het laatste. Gelukkig werd ik vervolgens geselecteerd en zo werd ik deel van de eerste lichting, op de eerste Rugby Academy in Nederland: de Rugby Academy Zuid-West.

Ondanks dat wij de proefkonijnen waren en er veel dingen dus spelenderwijs uitgevonden moesten worden, was dit een periode waar ik mijn rugbyspel naar een nieuw niveau kon slepen. Robin Raphael, ingevlogen vanuit Zuid Afrika, werd onze coach en dat bleek een meesterzet te zijn. Niet alleen had hij het gezag om 25 losgeslagen spelertjes (jongens en meisjes) te controleren, hij besteedde veel aandacht aan het ontwikkelen van de fundamentele skills van het rugby: passen, tackelen, kicken, rucks en looptechniek. In die jaren met Robin heb ik echt de basis kunnen leggen die essentieel is geweest in mijn ontwikkeling en waar ik nu nog steeds gebruik van kan maken. Natuurlijk was het enorm wennen aan zo veel trainen, terwijl ook geëist wordt dat je schoolwerk op een goed niveau bleef. Het reizen alleen al was een shock to the system: ik ging opeens van 1 km naar school fietsen naar ongeveer 10 km, wat uitkwam op een kleine 100 km per week op de pedalen. Ik merkte daarentegen al gauw dat dit voor mij een goeie keuze was. Ik voelde dat ik lekker ging op veel trainen en ondanks dat het fysiek erg zwaar was, was het geen probleem om me er voor te motiveren. Met schoolwerk bleek precies het tegenovergestelde: fysiek een eitje en ik kon mij er totaal níet voor motiveren. Het bleek dat de Academy niet blufte als ze zeiden dat rugby én school goed moest gaan, toen ik een speciale trip naar Portugal moest missen omdat mijn cijfers niet in orde waren….

De RAZW was voor mij de eerste keer dat ik zo veel tijd aan rugby kon besteden, en dat gevoel was heel bijzonder. Ik ging op een andere manier over rugby nadenken, dingen zoals dieet en trainingschema’s uitproberen, tientallen verschillende kicking-tee’s uitproberen en natuurlijk alle mogelijke rugbyfilmpjes op Youtube doorspitten. Veel van de gasten waarmee ik in die tijd 7 keer per week op het veld stond, zijn nog vrienden van me en elke keer als we samen komen worden er weer mooie anekdotes en verhalen opgehaald. Altijd hetzelfde, maar het is toch elke keer weer leuk om het te vertellen of horen. Misschien omdat die try elke keer nét van een metertje verder werd gescoord, of die tegenstander die na die lever-verscheurende tackel elke keer weer een paar seconden langer op de grond lag….

De RAZW is inmiddels aan haar 13e seizoen bezig, en er zijn ondertussen Academies over het hele land opgezet. Het doel om jonge, gemotiveerde spelertjes de middelen te geven om zich te ontwikkelen tot belangrijke spelers op Nederlands en buitenlands niveau blijkt echt haalbaar en dat wordt elk jaar onderstreept als er wéér een Academy speler naar het buitenland gaat, of voor het Nederlands Team wordt geselecteerd. Ik realiseer me dan ook heel goed dat ik geluk heb gehad dat de Academy werd opgezet op het moment dat ik naar de middelbare school ging en dat veel goede spelers deze kans niet hebben gekregen, puur omdat ze eerder geboren werden. Ik ben dankbaar dat ik er deel van heb mogen uitmaken en ik koester de warme gevoelens die ik er aan over heb gehouden.

Wordt vervolgd, want David zijn reis is nog niet ten einde en we reizen graag nog een stukje mee! Mocht je overigens nog vragen voor David hebben dan mag je altijd contact met hem opnemen via Instagram of Facebook!

Deel dit artikel:    
 
 
© 2021 Haagsche Rugby Club