Rugby Mum – For Daddy

  -   Column
Rugby Mum - Engelsen
Het wel en wee van een rugbymoeder. Periodiek schrijft de moeder van een HRC-jeugdspeler over haar belevenissen rondom de favoriete sport van haar zoon.

Omdat jullie het geen probleem schijnen te vinden dat alles naar sportschool ruikt, er een modderveld in de auto ligt, de koelkast altijd leeg is, de zaterdag juist ram vol zit, je stembanden op maandag vaak schor geschreeuwd zijn, jullie hart kennelijk bij tijd en wijle geen lichte verzakking krijgt en omdat deze zondag vaderdag is, deze keer geen mum, maar een dad-column.

In de brugklas zat ik in team 14. En ja, ze begonnen op school te tellen bij 1, dus in team 14 zitten was iets vrij deprimerends. Het was waarschijnlijk geen toeval dat ons team werd gecoacht door de schoolmaatschappelijkwerker. Een lange, altijd lachende man: Mr Lowndes. Zijn onophoudelijke aanmoedigingen werden alleen geëvenaard door zijn totale gebrek aan basiskennis van de rugby rules. Een voorbeeld ter verduidelijking: hij noemde een try – niet dat wij ze drukten, maar toch – een “meat pie” omdat hij “nice try” associeerde met “leuk geprobeerd” en ons op geen manier in wilde wrijven dat we misschien wel ons best hadden gedaan, maar toch jammerlijk hadden gefaald.

Omdat Mr Lowndes had besloten dat hij – zelfs midden in een wedstrijd – niet in de eerste plaats onze coach, maar vooral onze geestelijk verzorger was, waren de pep-talks tijdens de rust ook onconventioneel. In plaats van tactische tips en de eis dat we alles zouden geven, moesten stoppen met pielen en voor de winst moesten gaan, hoorden wij een zalvende smeekbede waarin we werden opgeroepen om te genieten en onze liefde voor het spel, de tegenstander en elkaar te tonen. Dat kwam niet aan. We begreep er geen snars van. Als je week in week uit dik verliest omdat je objectief en statistisch een drama bent en je je amper staande weet te houden, is “met liefde genieten” nogal een “ver-van-je-bed-show”. Ondanks hetgeen Mr Lowndes ons hypnotiserend toezong, wisten we dat we slecht waren in rugby en ook dat de maatstaf voor een rugbyteam heus niet alleen maar was “hoe ontzetten aardig ze waren“.

Het punt was echter dat ik het enige kind in 14 was met sport-gekke vader. De meeste andere ouders kwamen niet opdagen, of – als ze er een keertje echt niet onderuit konden komen – zaten verdiept in een boek in het clubhuis. Maar ik had dus een vader die er altijd was en die de hele rit naar huis sprak over “mijn mooie side step” (ik struikelde over mijn eigen benen), “mijn tactisch spelinzicht” (zo’n maffe beslissing dat de tegenstander er inderdaad volledig door verrast werd) en “hoe snel ik toch maar weer op de been was” (incasseren was inderdaad iets waar we aardig bedreven in raakten). De enige keer dat ik een glimp van teleurstelling bij hem denk te hebben gezien, was toen ik mijn team – dat na een totaal verregende pot, slidings in de modder maakte – uitlegde dat je je shirt ook kon uittrekken en met hulp van een stokje door de modder kon roeren als je het vies wilde maken….

Jarenlang dacht ik dan ook dat mijn vader een totale blinde vlek had en had ik op een manier medelijden met hem; altijd maar opdraven voor een zoon die hem toch teleur zou gaan stellen. Maar vorige week merkte ik opeens dat ik zelf als een dolle juichte – serieus – toen mijn eigen zes maanden oude ventje er eindelijk, na dagen van proberen, in slaagde zijn hele voet in zijn mondje te stoppen. Ik realiseerde me plots dat het – als het om familie gaat – allemaal best relatief is.

En er viel nog een puzzelstukje op zijn plek. Ik herinnerde weer dat moment dat ik zelfs 20 jaar later nog steeds in ongerepte HD kan terughalen. Hij was net de 10 meter-lijn gepasseerd en ik stond vlak achter hem. Ik hoorde mijn hart weer in mijn oren, Mr Lowndes weer prevelen lief te hebben en ik hoor papa schreeuwen: “Go, go, go, son?!”. Ik zette aan, lanceerde mezelf en maakte de perfecte tackel.

Normaal was dat het einde van mij dagdroom, maar deze keer, met mijn mannetje kraaiend voor mij op de commode, hoorde ik opeens ook luid en duidelijk wat er veranderde in mijn vaders stem toen ik me niet liet terugvallen. Zijn vraag veranderde in intense vreugde: ‘Go? Go! Yes! Gooooo!“. Ook wist ik weer dat we die pot “maar” met 0-30 verloren, zag ik mijn vader zijn rondedansje langs de lijn maken met Mr Lowndes terwijl die zich – denk ik – op dat moment afvroeg hoe hij dit soort uitbarstingen van geweld weggepoetst zou krijgen. En zag ik weer haarscherp dat dat totaal een overbodige vraag zou blijken, want team 14 overlaadde Mr Lowndes netjes met dank, maar verzocht ook om een nieuwe coach en zette de weg naar de top (realistisch blijven, onze top) in.

Er schoot een brok in mijn keel. De band tussen mijn vader, mij en mijn kind voelde zo intens en dat alles overheersende rotsvaste geloof, de trots en de liefde van een vader golfde door me heen….

Wees voorzichtig en tackel hard (en fijne vaderdag mannen).

Liefs,
Mum

Deel dit artikel:    
 
 
© 2021 Haagsche Rugby Club