Pass it on! Frederik

  -   Nieuws
Pass it on Colts

Strakke pass, Boukje. Dank.
Het mooiste aan rugby vind ik hoe de sport direct en meedogenloos je karaktereigenschappen bloot legt. Een voorbeeld:

Het is September 1988. Uw schrijver, 19 jaar jong met dan nog een grote bos krullen en 70 kilo licht, neemt niet geheel vrijwillig deel aan wat zijn eerste en enige rugbytraining zal blijken te zijn, bij de mannen van L.S.R.G.

Frederik Heyman
Frederik Heyman

Vóór mij wordt onze center getackeld. Zes beulen van ouderejaars stormen de ruck in. Ik ren er naar toe, pak de netjes gepresenteerde bal op en pass hem naar links. ‘Hun scrumhalf is out. Wil jij even spelen?,’ had aan het eind van de training een LSRG-er gevraagd, die een verbluffende gelijkenis vertoonde met André the Giant, terwijl wij nieuwelingen langs de kant toekeken hoe de heren een onderling potje speelden. ‘Tuurlijk, mij tackle je toch niet, ben ik veel te snel voor‘ zei ik. Famous last words.

Volgende fase. De bal ligt nu dieper in de ruck. Ik probeer hem er uit te trekken met mijn hoofd tegen de brede kont van een prop, die de avond tevoren onmiskenbaar chili con carne gegeten heeft. Met ingehouden adem pass ik kort voor een crash bal.

Volgende ruck. Zonder eerst om me heen te kijken trek ik de bal uit de ruck en wil weer naar links passen. Shit, er staat niemand. Ik haper, draai terug naar rechts. In een flits zie ik in mijn linker ooghoek een onheilspellende massa op mij afschieten. En BAM!, daar rammen drie reusachtige voorwaartsen dwars door me heen en landen boven op me. Het duizelt. Ik hap naar adem, open mijn ogen en kijk op 10cm afstand in de afstotende grijns van André the Giant. De andere twee verspreiden een onaangename geur van verschraald bier. Voor de zekerheid blijven ze nog wat langer op me liggen om zich ervan te vergewissen dat ik bij deze eerste kennismaking de rugbysport ten volste waardeer. Dat geeft me de tijd om de situatie eens grondig te analyseren. Ik had me een studententijd voorgesteld waarin ik bier dronk met vrienden en interessante gesprekken voerde met leuke meisjes. Geplet worden onder 300 kilo stinkend mannenvlees past niet in dat plaatje. Het gewicht bovenop mij perst als het ware mijn ziel, mijn karakter door een zeef. En wat sijpelt er doorheen als residu? Hoogmoed, grote bek, gemakzucht, structureel gebrek aan discipline en doorzettingsvermogen (volgens mijn vrouw is mijn lijst van zwakke eigenschappen nog een stuk langer). Ik weet dan: ik speel nooit meer rugby. Het is een prachtige sport, om naar te kijken. Ik hou van dingen die moeiteloos gaan. Ik richt me op andere extreme contactsporten zoals biljarten en golf.

Nu, 33 jaar later als 6e-jaars trainer, geniet ik elke week van het karaktervormend vermogen van rugby. Van jongens en meisjes die door vallen en opstaan vooral geestelijk steeds sterker worden. Die doorzetten en steeds meer plezier krijgen in een spel dat onvoorwaardelijke inzet vereist. En dan betreur ik het dat ik geen JA heb gezegd tegen rugby op die septemberdag in 1988. Want ik weet zeker dat ik een uitstekende rugbyspeler… Nee, stop, daar ga ik weer: hoogmoed, grote bek etc.

Ik pass de bal naar Tim Lips, oud-speler van HRC’s 1ste en van Oranje, vader van Colin die samen met mijn zoon in ons team speelt en die trainer is bij de Benjamins.

Tim, jouw pass zien we graag voor donderdag 11 februari via redactie@haangscherugbyclub.nl voor bijkomen
Deel dit artikel:    
 
 
© 2021 Haagsche Rugby Club